Gebr. Simons & Zonen

The Netherlands

Wie is online

We hebben 3753 gasten en geen leden online

Translate

Dutch English French German Italian Portuguese Russian Spanish

Login Form

Nieuwe gebruikers

  • willaa71971988
  • kandismichaud0
  • dexterdadson16
  • hassiecarrell09
  • lenard38o749485

Nieuwsbrief Drs Henk De Weerd

Terugblik op het seizoen 2016

Terugblik op het seizoen 2016

Terugkijkend op het seizoen 2016 kunnen we vaststellen dat er medisch gezien niet veel nieuws onder de zon was. Met dien verstande dat er door de vele regen en dus hoge vochtigheid in bepaalde maanden, heuse coccidiose-problemen opdoken. Dat hadden we eigenlijk in jaren niet meer gezien.
Velen dachten dat coccidiose eigenlijk geen probleem meer was en zo leek het ook. In de afgelopen jaren zagen we nog maar weinig ernstige coccidiose-problemen, maar toen kwam het natte seizoen 2016. We vonden met regelmaat zware cocci-besmettingen. Soms waren de duiven niet mager en was de mest nog aardig goed. Maar de duiven kwamen niet in forme, waren vaak wat droog van pluim en van spieren. Dat lijkt dan soms zelfs op ‘droog snot’, het grote euvel van de duivensport van de afgelopen 45 jaar. Ik heb daar al zo vaak op gewezen in woord en geschrift. Door goed klinisch onderzoek en een simpel mestonderzoek blijkt coccidiose de boosdoener. Daar waar we 1 à 2 oöcysten (een soort eitjes van de protozoa coccidiose) per beeldveld van de microscoop als acceptabel beschouwen, vonden we soms 20 à 30 oöcysten, dat zijn er dus 10 à 20 keer zoveel.  Gelukkig is coccidiose uitstekend te behandelen met één simpel tabletje! En het werkt ook nog vormverhogend zoals we de afgelopen jaren hebben geconstateerd. Zelfs kort voor het inkorven toe te dienen, de duiven krijgen als het ware een ‘boost’ en komen snel in topforme met een 1e nationale tot gevolg zoals we het afgelopen fondseizoen mochten ervaren.
Dat is geen onbekend fenomeen; de duiven lijden bijvoorbeeld aan een lichte ornithose, dat behandel je, en door het opruimen van allerlei bacteriën voelen ze zich beter, de forme gaat omhoog en de duiven presteren abnormaal goed. Dat weten we bijvoorbeeld door de juiste ornithosebehandelingen kort voor de inkorving toe te passen als de duiven niet helemaal ‘strak’ zaten. Zelfs reutelende duiven met natte ogen bleken na bepaalde injecties in zeer korte tijd in superforme te komen. Kennelijk belemmeren een aantal bacteriën van de voorste luchtwegen (o.a. neus, ogen, sinussen) de duiven dusdanig dat ze niet in forme kunnen komen en minder goed oriënteren en minder gemotiveerd zijn.

Bij coccidiose, maar ook bij trichomoniase (’t geel) geldt dezelfde wetmatigheid. Ruim de ziekteverwekkers op en de duiven komen snel in conditie, worden zachter en strakker, de mest wordt mooier en de dons valt weer! In geval van coccidiose moet je wel even het hok ontsmetten (o.a. met een brander) om de oöcysten in de ontlasting te doden en zodoende de cyclus te doorbreken!

In 2016 gingen helaas weer te veel duiven verloren. Zowel jonge als oude duiven, ook een aantal ‘bewezen kleppers’. Pijn doet dat. Gelukkig komt een aantal van hen wel weer terug. Met betrekking tot de verliezen van jonge duiven is al veel gezegd en geschreven. Dat heeft lang niet altijd te maken met vermeende ziektes, dat is zonneklaar. We kunnen leren van díe duivenmelkers die heel weinig duiven verliezen. Proberen een soort gemeenschappelijke deler te vinden die verantwoordelijk is voor de minder dan gebruikelijke verliezen! Ook moeten we niet vergeten dat er minder en minder liefhebbers en dus hokken komen, waardoor de ‘dolende’ duiven niet zo snel een hok vinden.

Op de vele duivenmanifestaties en forums wereldwijd waar ik aan deelneem, wordt regelmatig de vraag gesteld of er nog nieuwe geneesmiddelen in de pijplijn zitten. Het antwoord is kort en duidelijk: “neen”. Ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen voor de duivensport is praktisch onbetaalbaar. We praten over honderdduizenden euro’s en dan duurt het ook nog jaren en ben je hoogstens geregistreerd in een paar landen. Veel van de ‘duivengeneesmiddelen’ in Nederland, België, Duitsland, Engeland en Polen zijn illegaal. Ze zijn niet (nergens) geregistreerd! Europese overheden worden steeds alerter en wisselen méér en méér gegevens uit over deze illegale middelen. Websites met illegale middelen worden bezocht door de overheid en her en der wordt er tegen opgetreden! Magistrale bereiding door de dierenarts zelf is ook niet meer toegestaan in Europa als je de wetgeving er op naleest.

Over doping is er op het laatst van het seizoen ook wat deining, met name in België. Diverse ‘groten’ worden genoemd, niet goed voor de sport. De naam morfine is gevallen.
Voor de KBDB een vervelend dossier, maar zij hebben, heel verstandig, een wetenschappelijke commissie (WAC) die wikt en weegt en dan de KBDB informeert! De problematiek gaat soms niet meer over ‘of je wat vindt’, maar ‘hoeveel je vindt’ van een product op de dopinglijst. Met andere woorden: er dient wetenschappelijk gekeken te worden naar minimum waarden (levels) ofwel:  welke waarden zouden verklaarbaar kunnen zijn door ‘verontreiniging’ door voedingsmiddelen en welke waarden zijn te hoog en komen daar niet meer voor in aanmerking. Een lastige materie.

Trouwens, bij het vaststellen van bepaalde ziekteverwekkers (bacteriën) bij onze duiven via bijvoorbeeld de PCR–methode (Polymerase Chain Reaction, dit is de identificatie van o.a. bacteriën en virussen op DNA niveau, via DNA-techniek), zijn de resultaten daarvan ook niet meer zwart-wit. Kort gezegd betekent dat bijvoorbeeld in geval van Salmonella (paratyfus) het aantonen van een ‘laag aantal’ salmonellabacteriën niet meer bewijzend is voor de diagnose paratyfus. Dus ook hier moeten we leren omgaan met het bestaan van minimum levels en die zorgvuldig interpreteren. Interessant is dat de alledaagse praktijk dat eigenlijk altijd al bevestigde; ik roep het ook al vele jaren: “het gaat er niet om wat je kan vinden aan potentiële ziekteverwekkers, maar hoeveel ervan (infectiedruk).
En dan is er ook nog de individuele weerstand van de duif. Als deze, populair gezegd, in balans is met het aantal ziekteverwekkers is er weinig aan de hand.

 

Breda, 1 november 2016
Drs. H.J.M. de Weerd
Dierenarts voor postduiven